Header

Counter

 

 

 

 

Mijn tweede boek over het Joodse leven in Gouda verscheen in april 2016.
Voorflap

 

 

Woord vooraf

 

Het is alweer drieeneenhalf jaar geleden dat Tom Verwaijen het eerste deel van Joods Gouda uitbracht. Hij moet vrijwel meteen erna zijn begonnen met het deel dat u nu in handen houdt, want wie dit boek leest of er doorheen bladert, ziet het meteen: dit is het resultaat van jaren nauwkeurig graafwerk in archieven, digitale krantenbestanden, adressenboekjes, fotocollecties, enzovoorts. Al dat werk leverde duizenden feiten op die Verwaijen, net als in het eerste deel, zo presenteert dat ze niet alleen prettig lezen, maar ook veel indruk maken – althans op mij. Enerzijds laat hij in grote lijnen het reilen en zeilen van de Joodse gemeenschap in Gouda zien: lijnen van een bloeiende gemeenschap die tragisch eindigen in de shoah. Anderzijds bevat dit boek allerlei kleine, persoonlijke geschiedenissen: details uit levensverhalen die een wereld oproepen die inmiddels ver achter ons ligt. Zo lezen we dat Simon Samson in mei 1875 in Gouda werd bekeurd omdat hij een hond zonder muilkorf had laten loslopen. De kantonrechter legde hem een boete van fl. 1,50 op. Simon Samson was hierin niet uniek: Salomon Levie Cats werd beboet vanwege het 'niet lopen naast een aangespannen hond zonder muilkorf'. Die overtreding had plaats in Gouda. In Schoonhoven werd Salomon Levie Cats een paar maal veroordeeld omdat hij zijn hondenkar ergens had laten staan en omdat hij erin was gaan zitten. Om die redenen vroeg de politie van Schoonhoven in 1885 aan de Goudse politie of Cats wel 'goede zaken' dreef – en of hij gehuwd was en kinderen had. Hier doemt het beeld op van een arme sloeber, een kleine Joodse handelaar die door een koddebeier of veldwachter wordt betrapt als hij uitrust op zijn hondenkar (lang een gangbaar transportmiddel in Nederland). Salomon zal hebben gezegd dat hij een eerlijke handelaar was en een vrouw en kinderen had. De Schoonhovense politie wilde niet hardvochtig zijn en vroeg of die informatie klopte. Althans: dat is wat ik, op basis van enkele feiten, voor me zie. Met Salomon Levie is het overigens niet goed afgelopen. Hij dronk te veel en op 24 juni 1892 werd zijn lichaam gevonden in het water bij de Kleikade in Gouda. Op deze manier presenteert Verwaijen allerlei details die het leven van joden in en uit Gouda kleur geeft. Ik noem er nog een paar. In september 1927 vierde de Joodse gemeenschap in Gouda het 100-jarige bestaan van de synagoge. Omdat het gebouw niet in goede staat verkeerde, moest het eerst flink onder handen worden genomen. Om de herstelwerkzaamheden en de feestelijkheden te kunnen betalen, werd een lening (van fl. 3.500,-) afgesloten bij de Spaar- en Hulpbank in Gouda. Verwaijen vermeldt de naam van de aannemer, de samenstelling van de feestcommissie, hij toont een deel van het programmaboekje en vertelt iets over de vele schenkingen die de synagoge kreeg. Vooral die schenkingen vond ik interessant. Het bestuur van het Centraal Tehuis bood een deel van de vloerbedekking aan; de damesvereniging Bigdee Kodesh zorgde voor een nieuwe toga voor de voorzanger en de vereniging Reisjies Chochuro bood nieuwe gordijnen aan. De Joodse toneelvereniging Tot Ons Genoegen zorgde voor verlichting in de damesgalerij en vestibule, anderen kwamen met een klok en 'enige vloermatten'. Een gereformeerde organisatie voorzag de nieuwe synagoge, 'als uiting van sympathie voor de Joodsche gemeente', van een paraplustandaard. Een deel van de vloerbedekking, enige vloermatten, nieuwe gordijnen: de hernieuwde synagoge was een lappendeken van betrokkenheid en goedgeefsheid. Van een gemeenschap die het indertijd niet breed had, maar wel met een rijk verenigingsleven en gulle leden. Om die gereformeerde paraplustandaard moest ik lachen, maar de achterliggende gedachte zou je oecumenisch kunnen noemen. Nog een laatste voorbeeld, een verhaal dat begint bij Alexandra Leschan, die in 1910 in Gouda werd geboren. Haar vader was van Hongaarse afkomst, haar moeder een Nederlandse Joodse operazangeres. Eerst werkten Alexandra en haar zussen Judith en Kitty bij een rondreizend circus als acrobaten en danseressen, maar nadat zij door een invloedrijk radiomagnaat waren ontdekt vormden zij het Trio Lescano. Verwaijen: 'Hun eerste hit Tulipan was goed voor een 350.000 platen, een astronomisch hoog getal voor die tijd. In 1941 werden de gezusters Lescano Italiaans staatsburger. Toch kwam twee jaar later een tragisch einde aan hun gouden periode nadat bekend werd dat hun moeder van oorsprong Joods was. Eerst volgde een totale radioboycot. Daarna werd hun pas verworven Italiaanse nationaliteit ingetrokken waarna ze werden gearresteerd en vastgezet op verdenking van spionage. Hun liedjes zouden geheime gecodeerde boodschappen bevatten voor de vijand.' Geheime gecodeerde boodschappen in liedjes van een Hongaars/Nederlands/(tijdelijk)-Italiaans zustertrio – ik had er nooit van gehoord maar ga er zeker verder over lernen: een studie over de Joodse gemeenschap in Gouda tussen 1850 en 1950 kan je op allerlei sporen brengen. Tot slot: ik heb genoten van de vele afbeeldingen in dit boek. De portretfoto's, archieffoto's van Gouda, de scans van omslagen van programmaboekjes en krantenadvertenties – het bijeenbrengen van al dat beeldmateriaal moet eveneens enorm veel tijd hebben gekost. Ook dat toont aan met hoeveel geduld, liefde en toewijding Tom Verwaijen aan dit indrukwekkende project heeft gewerkt.

 

Ewoud Sanders taalhistoricus en journalist